Onze hulpboekhouder Bernardo Soares uit Lissabon verhaalt ondertussen nog even verder:
18 september 1917
429
Op alle vlakken van het leven, in alle situaties en gezelschappen ben ik altijd voor iedereen een indringer geweest. Of tenminste een vreemde. Zowel onder verwanten als onder kennissen werd ik altijd bekeken als iemand van buiten. Ik zeg niet dat dat ook maar één keer met opzet gebeurde. De meeste andere temperamenten reageerden altijd spontaan zo op mij.
Ik ben altijd overal en door iedereen aardig behandeld. Tegen maar zeer weinigen zullen denk ik maar zo weinig mensen hun stem hebben verheven, of hun wenkbrauwen gefronst, of hun kalmte verloren. Maar de sympathie die ik ervoer, was altijd gespeend van genegenheid. Zelfs voor degenen die mij van nature het vertrouwdst waren, was ik altijd slechts een gast, die als gast goed werd behandeld, maar altijd met de voorkomendheid die men een vreemde verplicht is en het gebrek aan genegenheid dat een indringer verdient.
Ik twijfel er niet aan dat die houding van de anderen rechtstreeks voortvloeit uit een of andere duistere karaktertrek van mij. Waarschijnlijk ben ik zo kil en afstandelijk dat ik de anderen zonder het te willen dwing om na te denken over mijn gevoelsarmoede.
Op grond van mijn aard leg ik gemakkelijk contacten. Ik ondervind snel sympathie van anderen. Maar het komt nooit tot genegenheid. Overgave heb ik nooit gekend. Dat iemand van mij kon houden, heeft mij altijd even onmogelijk geleken als door een vreemde getutoyeerd te worden.
Ik weet niet of ik daaronder lijd of dat ik het gelaten aanvaard als een noodlot dat niets te maken heeft met lijden of aanvaarding.
Ik heb altijd aardig gevonden willen worden. Het heeft me altijd verdriet gedaan als mijn onverschillig jegens mij was. Als weeskind van het geluk, hunker ik er net als alle weeskinderen naar het object van iemands genegenheid te zijn. Ik heb die onvermijdelijke honger nooit kunnen stillen en ben er inmiddels zo gewend aan geraakt dat ik soms niet eens weet of ik wel zin heb om te eten.
Hoe het ook zij, het leven doet me pijn.
Alle anderen hebben iemand die zich aan hen hecht. Ik heb nooit iemand gehad die er zelfs maar aan dacht zich aan mij te hechten. Voor een ander doen ze alles: mij behandelen goed.
Ik weet dat ik respect kan afdwingen, met niet genegenheid. Helaas heb ik nooit iets gedaan waardoor iemand het respect dat hij aanvankelijk voor mij heeft voor zichzelf kan rechtvaardigen, zodat men er nooit toe komt mij werkelijk te achten.
Soms denk ik dat ik gewoon graag lijd. Maar eigenlijk zou ik heel anders willen.
Ik heb geen leiderskwaliteiten en geen volgelingenkwaliteiten. Ik heb zelfs niet de kwaliteiten om tevreden te zijn, een eigenschap die waarde heeft wanneer de andere twee ontbreken.
Anderen, minder intelligent dan ik, zijn sterker.
Ze weten hun leven onder de mensen beter in te richten, beheren hun intelligentie bekwamer. Ik beschik over alle kwaliteiten om invloed uit te oefenen, behalve over de kunst om het te doen, of de wil om het te willen.
Als ik ooit lief zou hebben, zou mijn liefde niet beantwoord worden.
Ik hoef maar iets te willen of het is al dood en begraven. Mijn lot heeft echter geen dodelijke kracht. Het heeft alleen de zwakte dodelijk te zijn voor alles wat mezelf betreft.
Uit: Het boek der rusteloosheid, vertaald door Harrie Lemmens, 2005
De mist die vier dagen geleden over het land trok hult het Haarlemsche ‘s avonds in een serene rust.

398
Intuïtief voel ik aan dat voor mensen als ik geen enkele materiële omstandigheid voordelig kan zijn, dat geen enkel voorval in het leven een gunstige afloop kan hebben. Het is, naast alle andere, een reden te meer om me terug te trekken uit het leven. De optelsommen van feiten die voor gewone mensen succes onvermijdelijk maken, leiden in mijn geval tot een ander, onverwacht en averechts resultaat.
Soms krijg ik, wanneer ik dat vaststel, de pijnlijke indruk dat er een goddelijke vijandschap jegens mij bestaat. Dat de reeks rampen die mijn leven bepaalt, mij alleen maar overkomt omdat de feiten bewust zodanig worden geschikt dat ze altijd nadelig uitpakken.
Dat alles heeft ertoe geleid dat ik nooit te veel onderneem. Als het geluk het wil kan het tot mij komen, maar ik weet maar al te goed dat ik met al mijn inspanningen nooit zal bereiken wat andere bereiken. Daarom verlaat ik mij op het geluk, zonder daar overigens veel van te verwachten. Waarom zou ik ook?
Mijn stoïcisme is een organische noodzaak. Ik moet mij wapenen tegen het leven. Omdat ieder stoïcisme niet meer is dan een streng epicurisme, wil ik zo veel mogelijk plezier beleven aan mijn ongeluk. Ik weet niet in hoeverre mij dat lukt. Ik weet niet in hoeverre mij ook maar iets lukt. Ik weet niet in hoeverre in het algemeen iets kan lukken…
Waar een ander, niet op grond van zijn inspanning, maar op grond van een onvermijdelijkheid zou winnen, win ik niet op grond van diezelfde onvermijdelijkheid, hoezeer ik mij ook zou inspannen.
Misschien ben ik in geestelijk opzicht geboren op een korte winterdag. De avond viel snel voor mijn wezen. Ik kan mijn leven alleen maar leiden in frustratie en verlatenheid.
In feite is niets van dit alles stoïcijns. De verhevenheid van mijn lijden ligt alleen maar in mijn woorden. Ik jammer als een zieke dienstmeid. Mopper als een huisvrouw. Mijn leven is totaal onbenullig en triest.
Uit: Het boek der rusteloosheid, vertaald door Harrie Lemmens, 2005
Onder het heteroniem ‘Bernardo Soares’ schreef Fernando Pessoa twintig jaar lang, tot 1935, dagboekfragmenten. Ver na zijn dood raapte men de fragmenten bijeen en bundelde dit tot een dagboek, een dagboek zonder begin of eind.
‘Ik neem alles dromend waar; ik registreer haarfijn de mimiek van mijn gesprekspartner, vang de allerkleinste stembuigingen op, maar terwijl ik hem hoor, luister ik niet naar hem, denk aan iets anders, en naderhand weet ik absoluut niet meer wat er door hem en door mij werd gezegd.’
‘Misschien wordt mijn emotionele onverschilligheid voor een groot deel bepaald door het verdriet geen zoon te zijn. Degene die mij als kind tegen het gezicht drukte, kon mij niet aan het hart drukken.’
‘Want ik ben zo groot als wat ik zie
En niet zo groot als ik ben’
‘De ziekte van de romantiek is het verwarren van wat je nodig hebt met dat wat je graag wilt.’
Uit: Het boek der rusteloosheid, vertaald door Harrie Lemmens, 2005
Eigenlijk is ‘Moeder en Zoon’ het Grote Boek van Gerard Reve. Uit de doeken gedaan wordt hoe hij (Reve) Katholiek geworden is. Daarnaast komt de eerste ontmoeting met Matroos Vosch, de laatste levenspartner van Reve, aan bod.
Een drietal citaten:
‘Waarom wilde de boel niet gelukken? De gehele rooms-katholieke leer laat zich volgens mij op één regenachtige Zondagmiddag afdoend uiteenzetten en verdedigen. Begreep Onno Z., die algemeen voor de intelligentste en meest geniale geest van Nederland werd gehouden, de dominicaan niet of verkeerd? Ja en neen: hij begreep het op zijn manier wel, maar met zijn uitsluitend op logies, emperies en meetlatkundig ingestelde brein kon hij de in wezen irrationele totaliteit van de leer, die niet op rede steunt en de rede slechts als middel tot verwoording hanteert, met geen mogelijkheid bevatten. Religie is geen menig of overtuiging, maar een ervaring, die met het vermogen tot mythies denken en het gevoel te maken heeft. Onno Z. bezat tal van fakulteiten, maar niet die van het gevoel;’
‘Wat voor de kunst geldt, geldt eveneens voor de gehele erotiek: de sociale erotiek is pas aantoonbaar als zij gestalte kiest in een specifiek charitatief handelen; de religieuze erotiek, indien zij vertolkt wordt in een zichtbaar getuigenis of offer; de seksuele erotiek, indien zij zicht wijdt aan en onderwerpt aan één specifiek persoon.’
‘Een ongehoorde idee van vereenvoudiging, die misschien lang gesluimerd had, begon in mij gestalte aan te nemen. Gesteld dat iemand voortdurend twijfelde tussen zich wel of niet van kant maken, hoe kon hij dan voorgoed aan die twijfel ontkomen? Precies… En als ik tobde over wel of niet katholiek worden, dan kon ik het beter wèl worden, want dan was ik van het getob af. Waarom? Ik ledigde mijn glas. Omdat je iets wat je niet gedaan had, altijd nog kon doen, terwijl je iets dat je gedaan had, daarna nooit meer niet kon doen. Ja hoor: het klopte, en ik was een echte wijsgeer.’
Uit: Moeder en Zoon, Eerste druk, 1980
Te lang heb ik u, goegemeente, in het ongewisse gelaten. U denkt natuurlijk: ‘Dit blog is meer dood dan levend’ & ‘Maakt die jongen dan ook niks mee?’ Inderdaad is het laatste maar al te waar.
Zinvolle feiten zijn er niet. Ondergetekende heeft in de tussentijd wel weer ribben uit zijn lijf getrokken (nuja, niet helemaal, maar gratis is anders) voor de aanschaf van twee stuks ELAC FS247′s:
Links de FS247 met rechts zijn zes jaar oudere broertje, de FS57
Zelfs al na anderhalve dag inspelen valt het volgende op (vergeleken met de ELAC FS57): Enorm veel detail (veel paaseieren ontdekt), plaatsing van de instrumenten zeer nauwkeurig, het laag niet ‘bonkerig’ maar ‘natuurlijk’.
‘Waarom zitten er hoekjes in die woofers en waarom ziet de tweeter eruit al een harmonica?!’ Achtergrondinformatie hier.
Review door Music Emotion: Op hol geslagen evolutie (pdf alert).
Ondergetekende las op raf.nl: De Raf uitverkoop is in volle gang.
Als iets te mooi is om waar te zijn, dan zal het dat ook wel zijn. Maar niets van dit al! De NAD C565BEE van 900 voor maar 600 euro, ‘nieuw in de doos’ ? Maar het was waar. Twee weken terug maar vlug vlug naar Raf Amsterdam gehobbeld om de speler te kopen.
De NAD C565BEE geeft een zeer rustig en evenwichtig geluid. Veel details. Niet het zogenaamde ‘dynamische’, wat veelal inhoud dat het geluid van links en rechts en van onder naar boven spurt waardoor er weer geen touw aan vast te knopen valt.
Op de voorgrond de NAD C565BEE met daarachter de NAD C352:
Nog even iets anders goegemeente. Nu de druilerige motregens weer vallen hier nog enkele fijne plaatjes van het winterse Haerlemfe, december 2010:
Gisteren maar eens een drietal Monster Cable 205i‘s gekocht. Meer in het kader van de psycho akoestiek dan dat ik daadwerkelijk een duidelijk hoorbare verbetering verwachtte.
En inderdaad, voor de de cd & tuner was deze verbetering niet* hoorbaar. Bij het afspelen van vinyl echter (Santana – Moonflower (1977) bemerkte ik dat de brom grotendeels verdwenen was. EM/RF shielding is in ieder geval in orde.
Onderstaande afbeelding toont de MC250i aangesloten op een NAD PP2 phono preamp:
* Ondergetekende bemerkt nu bij het afspelen van Bach – French Suites (cd) een kleine verbetering in het spectrum. Maar het kan ook verbeelding zijn.
September 10th, 2010
root
Het lijkt wel herfst goegemeente.
In een stadje met kleine grachten en hoge olmen woonde een man, die heel zijn leven de mensen alleen maar had aangezien zonder met hen om te gaan. Men zei dat hij schuw was, geen mensenvriend, hoewel hij altijd gaf. Nooit had hij andere liefhebberij gehad dan voor boeken en lezende, van morgen tot avond, jaar in jaar uit, had hij al lang in werelden vertoefd ver van deze. Overigens was hij gewoon, zonder iets van hem te zeggen, en de twee oude dienstboden, die hem van zijn geboorte kenden, leefden tevreden in zijn huis. Bij dag en bij avond was hij in zijn kamer met de boeken, soms keek hij voor een der vensters achter op de tuin, som voor een der vensters voor op de gracht.
Op een avond voor het venster zag hij zwarte wolken haastig in het duister, er werd gerukt aan de kale takken en het lantaarnlicht aan de brug ging op en neer. Het was kil, het rook naar hagel. Hij trok de gordijnen dicht, hij hoorde het zwiepen van de takken buiten. Bij de lamp gezeten opende hij een boek over sterren, een bladzijde vol cijfers, getallen zonder einde. En hij las:
…
Zijn handen waren stijf, zijn voeten koud. Hij had het gevoel of er ijs was in de kamer, vreemd in dit jaargetijde. En de ogen opslaand van de bladzijde onder het lamplicht ontwaarde hij het wit voor het gordijn van een der vensters achter, hij zag alleen het wit van een omhulsel en van een voet vooruitgestrekt. En toen een andere voet verschenen was richtte hij zich op en zag de gestalte genaderd tot waar het lamplicht viel.
Uit: Nachtgedaanten, de Witte Vrouw, door Arthur van Schendel, 1938
(Werkgroepje formeren, project afbakenen, post-it sessie houden (mind mapping!), nut & noodzaak discussie…) Ziehier het resultaat: